Blij Bindend Stemadvies

potlood

Vandaag ga ik stemmen. Het stemrecht kenmerkt onze vrijheid. En vrijheid geeft ons blijheid. Ik heb nog niet besloten op wie ga ik stemmen. Ooit was ik lid van D66, tegenwoordig zweef ik tussen de rozen van de Partij van de Arbeid en de meeuw van de PVV. Langs de kerkklokken van het CDA. Aan een ballon van D66. Hoe hoog ik zweef en met wie zeg ik lekker niet.

Ik heb het afgelopen jaar trouwens ook gekozen. Ik heb gekozen voor de blijheid. Lachende mensen inspireren mij, energieke mensen motiveren mij, gekke mensen verblijden mij. Ik probeer lachend, energiek en een beetje gek door het leven te zweven. Het valt me trouwens op dat politici ook steeds gekker doen. Zo stond Alexander Pechtold de Macarena te dansen. Of dat nou echt uit pure blijheid was? Nah. pechtoldmacarenaDeed hij het spontaan? Waarschijnlijk niet. Deed hij het voor persoonlijk gewin? Wat maakt het uit! Een beetje blijheid tussen zware onderwerpen als IS is hard nodig.

Het is trouwens wel interessant (en jammer) dat er zulke zware onderwerpen aan bod komen tijdens verkiezingen voor de Provinciale Staten en Waterschappen. Dit zijn bij uitstek blije verkiezingen. Deze verkiezingen gaan over fietspaden voor vrolijk gepensioneerde opaatjes, gestrooide snelwegen tijdens romantische winterdagen en schattige eendjes in landelijke beekjes.

Jammer dat onblije personen dan toch weer sturen op onblije onderwerpen. Daarom zeg ik: Stem deze dag met een lach. Zet een rood lachebekje in het hokje van iemand die blij campagne voert.

De geboorte van mijn blijheid

hangmat-voor-een-tientje-2Sinds kort werk ik voor Gemeente Den Haag. Een nieuwe uitdaging waar ik met veel plezier naar toe ga. Ik stap lachend in de trein, klets met iedereen die langer dan twee seconden oogcontact maakt en doe een dansje als ik uitstap. Niet om anderen blij te maken, maar omdat ik blij word van mijn eigen blijheid. Blijheid werkt aanstekelijk. Ook die van jezelf kennelijk.

Terwijl ik vrolijk om mij heen kijk, verbaas ik me over de grote hoeveelheid norse gezichten. Iedere ochtend chagrijnig voor je uit staren. Onderweg naar een plek waar je eigenlijk niet wil zijn om iets te doen wat je eigenlijk niet wilt. Om dat vol te houden moet je wel heel erg vastklampen aan de financiƫle hangmat waar je in ligt. Je beseft alleen nog niet dat die hangmat niet in het Paradijs hangt, maar op een industrieterrein, tussen de grijze rookwolken van stress, irritaties en onwil. Vanuit die hangmat bekeken is de wereld wel heel zuur.

In oktober heb ik mijn hangmat opgeborgen. Ik ben verhuisd naar een onzekerder bestaan. Een krot zou je kunnen zeggen. Maar mijn krot bevindt zich wel op een Paradijselijk eiland. Ik weet niet wat morgen brengt. Behalve mijn lach. Die is er altijd. Maar als je wakker wordt op het Paradijs is dat niet zo gek.